Nieuwe vennootschapswetgeving van kracht vanaf 01/05/2019

HERSELT - MAART 19 De nieuwe vennootschapswetgeving wordt van kracht vanaf 01/05/2019: de 8 krachtlijnen van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV).

1.       Minder vennootschapsvormen

De huidige 17 vennootschapsvormen worden gereduceerd tot 4: de BV, de NV, de CV en de maatschap. Alle andere vennootschappen moeten één van die rechtsvormen krijgen.

Bestaande vennootschappen vallen uiterlijk vanaf 01/01/2020 onder het nieuwe WVV, zodat de dwingende bepalingen onmiddellijk van toepassing zullen zijn, ook al zijn uw statuten nog niet aangepast.

De aanpassing van de statuten moet gebeuren bij de eerstvolgende statutenwijziging, en uiterlijk op 01/01/2024. 

2.       De Besloten Vennootschap (BV) wordt een vennootschap zonder kapitaal

De nieuwe BV lijkt grotendeels op de oude BVBA: het privé-vermogen van de ondernemer wordt afgeschermd, zodat schuldeisers de privé-bezittingen niet in beslag kunnen nemen bij moeilijkheden van het bedrijf.

Hoewel voor de BVBA een maatschappelijk kapitaal nodig was, is dit voor de BV niet meer het geval: er moet wel een toereikend aanvangsvermogen zijn, wat kan voortkomen uit kapitaal, leningen, inbreng in natura of knowhow.

Ook dient er een goed uitgewerkt financieel plan voorliggen volgens vaste principes.

In het nieuwe WVV kan enkel dividend worden uitbetaald als de solvabiliteit (geen negatief netto-actief) en de liquiditeit (alle schulden van de komende twaalf maanden zijn betaalbaar) het toelaten.

Bij de verkoop van aandelen in de BVBA was het akkoord van de medevennoten nodig, terwijl de aandelen in de BV vrij verkocht kunnen worden. Uiteraard is dit statutair aan te passen.

3.       De Coöperatieve Vennootschap (CV) gaat terug naar de oorsprong

Veel vrije beroepers hebben zich op heden gegroepeerd in een CV, wegens de vlotte in- en uitstapmogelijkheid van vennoten. Vrije beroepers moeten in het WVV een andere vennootschapsvorm kiezen, aangezien de CV voorbehouden is voor vennootschappen met coöperatief gedachtegoed.

Het meest voor de hand liggend is een omvorming naar de BV, omdat ook daar in het nieuwe WVV voorzien is in een soepele mogelijkheid tot in- en uitstappen.

4.       De Naamloze Vennootschap (NV) heeft genoeg aan één bestuurder

In de vroegere NV waren drie bestuurders vereist. Het nieuwe WVV stelt dat een NV ook maar één bestuurder kan hebben, waarbij het bijna onmogelijk kan gemaakt worden om deze af te zetten.

Deze nieuwe regeling is een enorm pluspunt op het gebied van overdracht van een familiebedrijf aan de kinderen.

In het oude recht kunnen de aandeelhouders de bestuurders van de ene op de andere dag afzetten, wat voor ouders, die schenken aan hun kinderen, heel wat onzekerheid meebrengt als ze verder de leiding willen uitoefenen.

Dit kan via het nieuwe WVV creatief worden opgelost door bijvoorbeeld de aandelen aan de kinderen te schenken, maar de ouder aan te duiden als enige bestuurder, die statutair vetorecht heeft bij de beslissing over zijn ontslag. Op die manier wordt de klassieke regeling met een holding boven het bedrijf (verankering van het bestuur) overbodig. 

Ook kunnen de statuten een opvolger aanduiden bij overlijden van de enige bestuurder.

5.       Aandelen met meervoudig stemrecht

Mits statutenwijziging, wordt het uitgeven van aandelen met meervoudig stemrecht mogelijk in de NV en BV. Deze statutenwijziging dient te gebeuren met 75 % van de stemmen voor niet-genoteerde vennootschappen en met 66,66 % (2/3) van de stemmen voor genoteerde vennootschappen.

6.       Bestuurdersaansprakelijkheid beperkt (?)

Bestuurders kunnen slechts aansprakelijk gesteld worden voor bedragen tussen 125.000 euro en 12 miljoen euro, afhankelijk van de grootte van de onderneming. Deze beperking is slechts geldig voor een toevallige lichte fout, en niet voor herhaalde lichte fouten of een grove fout.

Uiteraard is er over deze terminologie discussie mogelijk, wat tot rechtsonzekerheid leidt.

Deze beperking doet ook vragen stellen bij het feit of er wel degelijk een beperking komt op de bestuurdersaansprakelijkheid.

Er wordt een uitzondering gemaakt voor bedrieglijk opzet en voor onbetaalde sociale bijdragen, BTW en bedrijfsvoorheffing.

7.       VZW: handelsactiviteiten zonder beperkingen

De VZW’s vallen ook onder het nieuwe WVV en kunnen eveneens onbeperkt winstgevende activiteiten uitoefenen. 

In tegenstelling tot de vennootschappen, mogen VZW’s geen winst uitkeren.

Bijkomende mogelijkheid is de omzetting van een NV in een VZW, waardoor winsten kunnen toegekend worden aan een non-profitorganisatie.

8.       Belgische stichting: één bestuurder volstaat

Een stichting wordt opgericht met als doel een vermogen gebruiken voor een belangeloos doel (bijvoorbeeld een kasteel inbrengen om het in de familie te houden).

Vroeger waren drie bestuurders vereist om een stichting op te richten. Het nieuwe WVV stelt dat het volstaat dat één bestuurder een stichting opricht.

Bovendien kan een Nederlandse stichting, waar vroeger vaak toevlucht tot gezocht werd, worden omgezet in een Belgische.